Stadsgesprek #29 Susanne de Boer over voedsel & de stad en coöperaties

Susanne de Boer (24) staat binnen Rabobank Amsterdam opgesteld voor Coöperatiezaken en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Dat betekent dat zij de dialoog van de bank met haar 20.000 Amsterdamse leden organiseert en samenwerkt met de ledenraad inzake de bestedingen van het maatschappelijke deel van de winst. Want op die manier werkt de Rabobank: een deel van de winst gaat terug naar de maatschappij, naar de leefomgeving van de leden. Deze werkwijze grijpt terug naar de oorsprong van de Rabobank, als coöperatieve boerenleenbank. Waar veel bedrijven pas de laatste jaren `maatschappelijk verantwoord ondernemen` (MVO), doet de Rabobank dit al vanaf de oprichting. De organisatie van de bank is vanuit deze gedachte zeer lokaal georiënteerd, waarbij Susanne de Boer verantwoordelijk is voor de regio Groot Amsterdam.

 

“Coöperaties zijn bezig met een revival!”

 

 

Voedsel voor de stad

Een van de thema’s waarop de Rabobank zich vanuit die MVO-gedachte richt is voedsel en welke rol dat speelt in de stad. Een toepasselijke ontmoetingsplek was dus de Marqt op de Utrechtsestraat. Deze supermarktketen werkt immers zoveel mogelijk met biologisch voedsel dat uit de directe omgeving komt.

“Wat mij persoonlijk aan de productie en distributie van voedsel intrigeert is dat we helemaal kwijt zijn waar het om gaat”, zegt Susanne de Boer. “We hebben patroonverstoringen. Zo importeren we jaarlijks enorme hoeveelheden lamsvlees, terwijl we nog meer ervan éxporteren. Waarom doen we dat? Hoe kan het dat die manier het efficiëntst is? We hebben met elkaar systemen gebouwd die we op persoonlijk niveau niet meer kunnen bevatten. Daardoor zijn we ook op een verkeerde manier afhankelijk van die systemen geworden. En kwetsbaar. Kijk naar de voedselindustrie in Nederland; die draait op slechts enkele distributiepunten. Als we een natuurramp krijgen, wat doe je dan? Kijk naar Japan! ”

Zij ziet tot haar tevredenheid wel een kentering in het denken over voedsel. Steeds meer wordt er gelet op de oorsprong van voedsel en kopen consumenten bijvoorbeeld liever producten die lokaal zijn geproduceerd.

 

De Rabobank voert momenteel een onderzoek uit om te kijken hoe Amsterdam meer zelfvoorzienend en duurzamer kan worden. Het coöperatief werken speelt hierbij een grote rol. Vanuit haar werk, maar ook als stadsbewoner ziet Susanne de Boer een veelheid aan initiatieven die juist op een lager schaalniveau bijdragen aan de verduurzaming van de voedselvoorziening van de stad. Dat varieert van boeren die stedelingen op bezoek krijgen tot bijvoorbeeld de Underground Boerenmarkt, het eerdergenoemde Marqt en jonge mensen die oude ambachten weer in een eigentijds jasje presenteren. Zoals worstenmakers Brandt&Levie.

Dit verstevigt volgens haar ook de relatie tussen boer en consument. “Mensen willen al meer weten waar hun eten vandaan komt. In plaats van een anonieme boer ergens ver weg kun je ook kiezen voor vlees of groenten uit de eigen regio.”

Het nieuwste initiatief op dit gebied is de ZuiderMRKT die vanaf eind september op het kruispunt van de Johannes Verhulst- en de Jacob Obrechtstraat komt. Dit past perfect in de gedachte van Susanne de Boer om de verbinding tussen boeren en stedelingen te versterken. Zoals de initiatiefnemers zelf schrijven: “De zuiderMRKT is een unieke markt door haar gedeeltelijk coöperatieve karakter. De coöperatie koopt groenten en fruit rechtstreeks in bij boeren uit de regio. Leden van de coöperatie zijn buurtbewoners. De buurt bepaalt dus zelf het aanbod op de markt.”

 

Naar aanleiding van dit voorbeeld komen Susanne de Boer en ik te spreken over het hoge yuppen-gehalte dat kleeft aan dit thema.

Een opinieblad schreef over de zuiderMRKT: “de kakkers van Zuid krijgen ook een eigen marktje”. Inderdaad heeft het fenomeen nu nog een hoog yuppen-gehalte, maar Susanne de Boer gelooft dat het steeds algemener wordt. “Door dit soort markten komt duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel in de spotlight te staan. Daardoor gaat ook de gemiddelde Amsterdammer duurzamer om met eten. Er bestaat ook een relatie met gezondheidsproblemen als obesitas en diabetes. En dat gaat iedereen aan.”

 

Susanne de Boer heeft niet de illusie dat deze aanpak, coöperatief georganiseerd of niet, de oplossing is voor de eerder door haar geconstateerde manco’s in het systeem van voedselvoorziening. “Uiteindelijk moeten we in de toekomst wel negen miljard mensen op deze aarde voeden en dat kan met het huidige systeem beter dan met al die kleinschalige initiatieven.. Volgens mij is de oplossing dan ook een combinatie. Dat je het systeem niet totaal kunt veranderen, betekent niet dat je niks hoeft te doen. We kunnen het kleinschalige systeem wel verder institutionaliseren. Zonder dat de charme natuurlijk verdwijnt, want die verbinding met de boer moet blijven. Het Food Center kan hier ook een prachtige rol in spelen.”

 

 

Coöperatief werken heeft de toekomst

Het voorbeeld van de zuiderMRKT brengt ons gesprek op de kracht van coöperatief werken. Susanne de Boer: “Ik geloof in de coöperatie om problemen in de samenleving op te lossen, samen met elkaar iets bereiken wat je als individu niet lukt. Samenwerken, verbondenheid en zelfredzaamheid spelen daarbij een belangrijke rol. En dat is precies de basis van de coöperatie.”

Zij ziet de kracht van de coöperatie op velerlei gebied. “Het werkt ook voor kansarme jongeren die ontevreden zijn over hun school en daar samen in optrekken. Maar ook zakelijk gezien heeft coöperatief werken de toekomst, helemaal met de enorme groei aan zzp’ers. Je ziet al dat die zich verzamelen in bedrijfsgebouwen, maar het kan nog veel verder gaan.”

Zo vertelt De Boer over Open Coop, in de Tolhuistuin van Noord. Dit is een groep creatieve ondernemers die samenwerken, maar ook samen opdrachten verwerven, faciliteiten delen.

 

Cooperaties in een modern jasje

Het coöperatief werken heeft voor veel mensen een ouderwetse bijsmaak, het is ook erg iets van het CDA en de socialistische traditie. Niet voor niets ziet Susanne de Boer oud-Raboman Herman Wijffels als prachtig voorbeeld van iemand die zich sterk maakt voor coöperaties en coöperatief werken.

“Wellicht hebben cooperaties in eerste instantie iets stoffigs”, zegt ze, “maar ik geloof dat ze juist in deze tijd iets kunnen bereiken. Het gaat erom waar je de verantwoordelijkheid legt voor het oplossen van problemen of het nemen van initiatieven. Ligt die bij de overheid? Bij de markt? Bij het individu? Ik denk dat de grootste kracht ontstaat als mensen zich met elkaar verbinden. Dan heb je ook een kleinere overheid nodig. Ik vind het ook iets dat past bij het creatieve karakter van Amsterdam en de handelsgeest die hier zo sterk aanwezig is.”

Susanne de Boer verwacht dat volgend jaar coöperaties zich op allerlei gebieden meer laten zien, omdat 2012 door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot “Jaar van de Coöperatie”.

 

Tot slot: de bijen

 

De komst van de Partij voor de Dieren brengt ook nieuwe onderwerpen in de gemeenteraad, zoals de bijen in de stad. In dit Stadsgesprek bleek dat ook Susanne de Boer zich hiermee bezighoudt. Bijen zijn cruciaal voor de voedselvoorziening, doordat zij zorgen voor de bestuiving van bloemen en groenten en daarmee invloed hebben op de oogsten. De Rabobank heeft een rapport laten maken over de noodzaak van bijen voor de mondiale voedselproductie.. Sindsdien komt Susanne de Boer in contact met veel lokale initiatieven die met bijen te maken hebben, zoals het recente Beeing festival , bijenstallen in en rond de stad, Amsterdamse Honing en imkersopleidingen.