Stadsgesprek #33 Lynn Kaplanian-Buller van het American Book Center

De Amerikaanse Lynn Kaplanian-Buller kwam in 1972 van Minnesota naar Amsterdam, als deel van een reis door Europa. Samen met haar vriend kocht ze een Volkwagen bus in Duitsland met het plan rond te gaan reizen, de bus daarna te verkopen en weer terug naar Minnesota te gaan. Dat plan veranderde toen ze naar Amsterdam toegingen: “ We reden over de Utrechtsebrug en ik dacht ‘ pfff, dit is thuis’.”

Kort nadat ze hier was komen wonen, ging Lynn Kaplanian-Buller aan de slag bij wat toen nog de American Discount Book Center heette. “Ik verveelde me en wilde werken, maar dat was heel moeilijk. Ik las veel en dacht dat een boekenwinkel een mooie plek was om te werken. Ik heb net zolang aangedrongen tot ze me bij de American Discount aannamen. Die was net open en ik zei dat ik alles wilde doen wat nodig was.” Van het een kwam het ander en in 1977 werd zij directeur en in 1983 heeft ze de zaak met haar man gekocht.

Vijf jaar geleden verhuisde de American Book Center van de Kalverstraat naar het Spui. “Het is vlakbij, maar een wereld van verschil. Voor de zaken is het goed, we krijgen nu bijvoorbeeld veel meer toeristen. Ze zien ons vanuit de tram of komen naar het Begijnhof. Ook is het Spui een enorm drukke wandelroute van het Rokin naar de grachten. En we krijgen een ander publiek, met Athenaeum tegenover ons. Vroeger zaten we tussen de Bonneterie en de Kruidvat. Hier is de buurt en daarmee het publiek meer gericht op kunst en cultuur.

 

Openheid, maar wel met regels

Net als vele andere geïnterviewden in deze reeks Stadsgesprekken, noemt Lynn Kaplanian-Buller de openheid van Amsterdam als een van de aspecten die goed gaan. Maar tegelijk ziet zij ook de noodzaak voor regels en beperkingen om het voor iedereen leuk te houden. De laatste jaren heeft zij  een verandering gemerkt als het gaat om regels. “Er wordt strenger opgetreden; de kleine  criminaliteit is gedaald en minder zichtbaar. Vroeger hadden we soms drie dieven op een dag in de winkel. We hebben wat afgeracet in de Kalverstraat achter ze aan. En elke keer belden we de politie om te laten zien dat het menens was. Dat had toch een afschrikwekkend effect. Tegenwoordig is dat veel minder; je ziet ook de junks nauwelijks meer.”

Ook de verhuizing van het American Book Center naar de nieuwe plek op het Spui betekende een daling van diefstal. “De nieuwe winkel is veel opener en met de grote etalage en het plein voor de deur is het allemaal moeilijker geworden voor dieven. Het grappige is dat mensen ook denken dat de winkel groter is dan de oude vestiging, terwijl we juist van zeshonderd naar vierhonderd vierkante meter winkelvloer zijn gegaan. En volgens mij zijn boeken tegenwoordig ook minder in trek bij winkeldieven, die gaan nu voor electronica.”

Een regel waar het American Book Center zich nooit aan heeft gehouden is de winkeltijden wet. Vanaf het begin was de winkel zeven dagen per week open, van negen tot elf ’s avonds. “Als ze kwamen controleren, zei ik dat het een toeristenwinkel was, ‘net als op de Wallen, daar verkopen de sexwinkels toch ook boeken?!’. Ik heb nog nooit een boete gehad.”

En wat Lynn ook goed vindt, is de komst van de Noord-Zuidlijn. “Natuurlijk duurt het allemaal veel te lang en kost het enorm veel geld, maar als hij er is, zal iedereen ‘m gebruiken. Dat is een zegen voor de stad!” Zelf zal zij er genoeg gebruik van maken, ze woont namelijk in Landsmeer net ten noorden van Amsterdam.

 

 

Meer menging!

Een van de dingen die volgens Lynn Kaplanian-Buller beter kan, is de menging tussen “oorspronkelijke Amsterdammers” en “nieuwe Amsterdammers”. Zij doelt dan vooral op de vele expats die Amsterdam heeft, maar ook op nieuwkomers van buiten de stad. “Ik heb dat altijd wel gevoeld als nieuwkomer ‘je bent welkom, maar we doen het wel hier op onze manier’.Je hoeft je er niet mee te bemoeien." Dat is ook geen tolerantie, maar het is laissez-faire. Ik woon hier nu veertig jaar en had verwacht dat het minder zou worden, maar het is er nog steeds. Er moet meer gemengd worden, meer kruisbestuiving, dat vind ik echt een gemiste kans voor de stad.”

Vanuit deze gedachte heeft het American Book Center ook het ABC Treehouse in 1997 opgezet, als een soort clubhuis voor de winkel. Dit zit in een oud pakhuis van het ABC en dient nu als ontmoetingsplek, galerie, locatie voor workshops en allerlei andere activiteiten. Zelf omschrijven ze het op de website als volgt:”Remember that childhood treehouse? Together with your pals you could plan to save it, change it or forget it. It was a refuge, it was a launch pad. It was a place where you could express yourself.”

In eerste instantie liep het Treehouse maar matig. “We begonnen er taalcursussen, voor expats om Nederlands te leren en voor Nederlanders om Engels te oefenen, maar er kwam bijna niemand. Wat wel werkte was een “derde focuspunt”, een onderwerp dat mensen aanspreekt, bijvoorbeeld over kunst, natuurlijk over boeken, maar ook over politiek. Of een tentoonstelling of iets dergelijks. Daar kwamen zowel Nederlanders en expats op af en zo kregen we toch de menging die ik zocht.”

 

 

Een warm welkom voor expats

Het American Book Center en de Treehouse werken als internationale boekwinkel en centrum met alle activiteiten ook als een trefpunt voor expats. Zo’n plek bestaat er nog niet echt. Amsterdam wil zich graag als internationaal en open profileren, maar veel zullen de mensen zelf moeten doen. Wel bestaat het Expatcenter waar expats die binnen bepaalde regels vallen snel al hun papierwerk kunnen laten regelen. Buller: “Het Expatcenter zit op de verkeerde plek voor het verkeerde publiek om een echte center te zijn. Dat hoort in het centrum te staan.” Lynn vertelt dat er vroeger zo’n soort plek op het Leidseplein was, waar expats elkaar troffen.  Vrijwilligers runden daar in het KLM-gebouw een soort voorloper van Access, de club vrijwilligers die expats helpen met al hun vragen. Helaas is de steun van de gemeente aan Access inmiddels gestopt, waardoor ze geen eigen plek meer hebben. In Den Haag heeft Access een eigen plek, in dezelfde ruimte als het Haagse Expatcenter. Op die manier kunnen overheid en vrijwilligers samenwerken.

 

Ik probeer in de gemeenteraad draagvlak te vinden voor zo’n plek, met als werktitel het  Amsterdam House. Hier zou alles en iedereen die te maken heeft met het internationale aspect bij elkaar moeten komen. Of het nou toeristen, expats, Nederlanders, zzp-ers of congresgangers zijn. In het Amsterdam House kunnen ze informatie krijgen, afspreken, events organiseren en bezoeken en werken. Voor nieuwkomers kan het een “landingsplek” zijn waar ze zich welkom voelen, soortgenoten ontmoeten en info krijgen. Het zou een combinatie moeten worden van het Expatcenter, een kroeg/ sociëteit, een werkplek, zoals Spaces of Amsterdam Bright City en het kantoor voor toerisme, citymarketing en de acquisitie van bedrijven.  Kaplianian-Buller vertelt over de toegevoegde waarde van zo’n plek. “Internationals kunnen zo’n ‘landingsplek’ in Amsterdam goed gebruiken. Een plek waar ze alle info kunnen krijgen voor het leven in de stad. Met die vragen komen ze nu bij ons in de boekwinkel. Want dat is zo'n Derde Plek.”

 

Meer informatie:

www.abc.nl  

http://www.treehouse.abc.nl