Stadsgesprek #38 Sander Boon over crises, goud en de stad

Deze keer een economisch-filosofisch Stadsgesprek met Sander Boon, die ik ken vanuit mijn studententijd. Hij heeft zich in het verleden actief bemoeid met de politiek om zoals hij het zegt “Mijn ideeën politiek te realiseren.” Zijn interesse ligt vooral op macro-economisch niveau. Zo werkte hij samen met Willem Middelkoop, onder andere aan het boek “Als de dollar valt”, en adviseert hij tegenwoordig institutionele beleggers over goud en economie. Onlangs verscheen zijn eigen boek ‘De geldbubbel’, met als ondertitel ‘Hoe overheden en banken ons spaargeld hebben verkwanseld’. Hierin betoogt hij dat het in staatsobligaties gestoken spaargeld al is uitgegeven, terwijl het terugbetalen ervan steeds moeilijker wordt omdat de economie door de zware schuldenlast niet meer groeit. Dit gegeven staat aan de basis van de huidige schuldencrisis, aldus Boon. Zijn verwachting is dat de huidige crisis van staatsobligaties nog niet ten einde is. In zijn ogen is dit de “echte crisis” van onze gemanagede economie met vergaande gevolgen, maar ook mogelijkheden.

De waarde van geld

Sander Boon is “in het goud is gegaan”, omdat hij voorziet dat in de toekomst het geld van de overheid en banken zijn waarde zal verliezen en dat goud weer zijn monetaire waarde terugkrijgt. Hij stelt: “Goud is de verzekering tegen de val van de coterie van overheid en banken. Zij houden elkaar in stand en laat de belastingbetaler voor de kosten opdraaien. Als de mensen dat niet meer doen, verliezen ze het vertrouwen in geld en in de overheid. Wie is er rijk als geld zijn waarde verliest? Dat zijn de mensen met grondstoffen (goud, olie, uranium, etcetera.), land, kunst en een afbetaald huis in hun bezit. En mensen kunnen dan pas iets gaan kopen als ze ervoor hebben gespaard. Mijn tip is dan ook: vergaar bezit en zorg voor zo min mogelijk schulden. Leningen worden dan ook alleen nog maar ingezet voor productieve doelen, niet voor consumptie. Er komt een herijking van waarden; wat zijn zaken “echt waard” in plaats van de fictieve waarde, gebaseerd op leningen en kredieten.”

 

Een nieuwe elite zorgt met een nieuw systeem voor rust

Maar wat gebeurt er als er een echt dergelijke crisis ontstaat en mensen hun vertrouwen in het systeem en de overheid verliezen? Leidt dat dan tot anarchie? Sander Boon hoopt en verwacht van niet. De kans is groot dat er een nieuwe politieke en maatschappelijke elite opstaat die zorgt voor een nieuwe orde. Maar dat zal pas gebeuren als het heel erg wordt. Zolang het huidige systeem werkt, kunnen de signalen onderdrukt worden.”

En Sander heeft er vertrouwen in dat een nieuw “systeem”, dat meer uitgaat van individuen met eigen verantwoordelijkheid en niet van de sturende hand van de overheid, ook meer harmonie zal brengen. Mensen met meer eigen verantwoordelijkheid zorgen naar zijn idee niet alleen goed voor zichzelf, maar ook voor degenen die dat niet kunnen, de zwakkeren in de samenleving. Dat doen ze vanuit hun gevoel voor naasten, maar ook uit eigenbelang, omdat het zorgt voor rust, minder onveiligheid en meer gezondheid. “Nu is de ‘charitas’ gemonopoliseerd door de staat, maar als mensen het zelf doen, zal dat ook meer geaccepteerd worden.” En, zo stelt Boon, “in menselijke samenlevingen volgt de moraal vaak de omstandigheden, wat ‘is’, wordt gezien als ‘juist’, zo zal dat ook gaan als de overheid zich meer terugtrekt en meer verantwoordelijkheden teruggeeft aan de samenleving.”

 

Verandering met schrikeffecten

Veranderingen, zoals Sander die beschouwt en erover vertelt, komen volgens hem alleen met grote schokken en met grote schrikeffecten. “Dat zag je met de bankencrisis en bijvoorbeeld ook terroristische aanslagen, maar in de politiek ook met eerst Fortuyn en nu Wilders. En de milieucrisis is ook zo’n schok. Maar de grootste schok zal zijn als er een crisis komt in staatsobligaties, als zij hun waarde hebben verloren.”, zo schetst Sander Boon. “Als de staatsobligatiebubbel inklapt zullen we minder rijk zijn dan gedacht, het is het angstbeeld voor zowel banken, verzekeringsmaatschappijen als pensioenfondsen.”

De rol van de politiek is volgens Sander om de mensen te vertellen dat dit een reëel gevaar is, daar eerlijk over te zijn. En volgens hem zijn mensen ook bereid om offers te brengen, als ze maar weten dat het ná die schok beter is. Maar dat vereist dan wel een compleet andere manier van werken. Als voorbeeld haalt Boon Nieuw Zeeland in de jaren ’80 aan. “Daar durfde Labour het aan om met een klassiek liberaal programma te komen dat het land verder heeft gebracht. Het is bijna alsof de PvdA hier verandert in de VVD!”

Dit is voor Sander dan ook de drijfveer om zich met de politiek bezig te houden. Hij ziet deze openheid en rol van de politiek ook als de toekomst, als “nieuwe politiek”. In zijn ogen zijn de bestaande partijen “inert en eindig”. Hij wil graag samen met geestverwanten de gangbare kortetermijnpolitiek, waarbij de eigen belangen worden voorgetrokken, vervangen door een politiek waarbij het algemeen belang op de lange termijn weer voorop komt te staan. Volgens Boon speelt het internet daarin misschien wel een vergelijkende rol als die van de opkomst van de boekdrukkunst.

 

Gevolgen voor de stad

De rol van de stad in de economische orde is steeds groter geworden. Niet voor niets woont inmiddels meer dan 50% van de wereldbevolking in een stad/ stedelijke regio. Maar als er inderdaad een crisis ontstaat waardoor de toegevoegde waarde van materiële producten centraal staat, dan komt de rol van de stad, haar beroepsbevolking en de economie in een nieuw licht te staan. Volgens Boon wordt de stad dan weer een handelscentrum van producten: “Diensten, creativiteit die hebben dan veel minder toegevoegde waarde, het gaat echt om het produceren en verhandelen van goederen. En in steden wonen en werken veel minder productieven: dienstverleners, ambtenaren, de cultuursector, etcetera.”

Sander Boon zou in de huidige systematiek graag een groter belastingdomein willen voor steden zelf. Nu is de stedelijke overheid vooral een doorgeefluik van budgetten, waarover in Den Haag is besloten, zoals het geld voor uitkeringen. Door een groter eigen belastingdomein komt de verantwoordelijkheid directer bij mensen te liggen en gaan steden met elkaar concurreren. Ook zou Boon dan zoveel mogelijk democratie willen, op een zo laag mogelijk niveau, zodat bestuurders weer dichter bij de mensen staan. Als dat gecombineerd wordt met een groot eigen belastingdomein, hebben bewoners echt iets te kiezen en daarmee te bepalen. “Nu stemmen mensen wel, maar kiezen ze eigenlijk niet”, zo verwoordt Sander het.

Deze ideeën over de stad als centrum van “improductieve arbeid” in de vorm van dienstverlening en bijvoorbeeld leisure zijn interessant voor mensen die zich met de stad bezighouden. Tegenwoordig worden steden immers door velen gezien als de motoren van de economie, als de “groeigebieden”. Maar als er inderdaad een grote crisis komt, waar de productiviteit van mensen van materiële goederen belangrijker wordt, dan zijn steden juist de zwakke schakels. Food for thought!

 

Meer informatie over Sander Boon en zijn ideeën is te vinden op:

 

http://www.geldbubbel.nl/