Stadsgesprek #43 de XL-editie

In een kleine drie jaar heb ik met ruim zestig mensen in 44 Stadsgesprekken gepraat over de stad. Dat waren enorm inspirerende gesprekken die mij veel hebben opgeleverd voor het raadswerk. Het leek mij een leuk en goed idee als deze mensen ook met élkaar in gesprek zouden gaan. Daarom organiseerde ik een speciaal Stadsgesprek, de XL editie.

 

Bijna twintig van mijn gesprekspartners kwamen naar Leescafé Maling aan het Roelof Hartplein. In drie rondes spraken zij in groepjes over wat hen bezig houdt, wat hen drijft, wat zij goed vinden gaan in Amsterdam en wat beter zou kunnen. Talloze onderwerpen kwamen deze avond in de Stadsgesprekken voorbij. Een paar daarvan vielen op, kwamen vaker terug of bleven bij mij hangen.

 

 

Nieuwe initiatieven en de gemeente

 

De laatste paar jaren schieten de nieuwe initiatieven en nieuwe ondernemingen in Amsterdam als paddenstoelen uit de grond. Aan tafel zat bijvoorbeeld Jeroen Jonkers van ‘Geef om de Jan Eef’: bewoners en ondernemers uit de omgeving van de Jan Evertsenstraat in de Baarsjes zetten zich in om de winkelstraat te verbeteren. En Saskia Beer van Glamourmanifest, waar ze zich sterk maken om het kantorengebied Amstel III (tussen Amstelstation en Arena), waar veel leegstand is, levendiger te maken voor degenen die daar werken en voor bezoekers. Maar ook Liedewij Loorbach die met anderen een moestuin beheert middenin in West en Joris Methorst, oprichter van hiphop festival Appelsap. De initiatieven variëren van echte bedrijfjes tot buurtverenigingen en los-vaste groepen.

 

Men is het er tijdens Stadsgesprek XL over eens dat de overheid op zijn hoogst hierbij een faciliterende rol moet hebben. Buurtinitiatieven en nieuwe ondernemingen moeten in principe niet afhankelijk zijn van de gemeente. “Eigenlijk moet je er voor zorgen dat als je subsidie krijgt, je die zo snel mogelijk niet meer nodig hebt. Dan weet je dat je het goed doet” zei één van de deelnemers. “Dat is mogelijk door te professionaliseren zonder je spontaniteit te verliezen.”

 

Daarnaast is het de kunst van de overheid om te “durven loslaten”. De gemeente en politici moeten accepteren dat bewoners en ondernemers zelf heel goed weten wat nodig is en dat kunnen organiseren. De overheid en andere grote organisaties, zoals woningcorporaties en zorginstellingen, wisten een tijd lang niet goed om te gaan met ‘bottom-up’ initiatieven, maar dat verandert wel. “Het werd vroeger gezien als amateuristisch toen we begonnen met kleine acties. Nu worden we steeds vaker serieus genomen door overheid en door investeerders”, zo vertelde een van de deelnemers.

 

Stadsdelen

 

Met wat voor overheid wil je te maken hebben als bewoner of ondernemer? Toen dit thema werd aangesneden kwam de discussie al snel bij de toekomst van de stadsdelen. “Ondernemers willen vooral duidelijkheid en niet dat ze bij verschillende stadsdelen met verschillende regels of kosten te maken hebben, daarom zeggen sommigen: doe alles maar centraal”, verwoordde een van de aanwezigen.

Aan de andere kant is de politiek in de stadsdelen heel toegankelijk en dat wordt zeer gewaardeerd. “Benaderbare volksvertegenwoordigers en bestuurders dicht op de buurt zijn voor ons van groot belang geweest. Als er geen stadsdelen meer zijn krijg je echt niet zo makkelijk even de gelegenheid om met de wethouder koffie te gaan drinken en het één en ander door te spreken” zo stelde iemand anders.

De gesprekken over dit onderwerp gaven aan dat het onderwerp “stadsdelen” bij deze betrokken Amsterdammers wel degelijk belangrijk wordt gevonden. Dit in tegenstelling tot de heersende gedachte dat het bewoners en ondernemers eigenlijk niks kan schelen. Dat vond ik erg opvallend en is goede input voor de discussie over het bestuurlijk stelsel die nog steeds woedt.

 

Tijdelijkheid en flexibiliteit

 

Veel deelnemers waren het er over eens dat de gemeente flexibeler moet worden. Initiatieven in de stad hebben in toenemende mate een tijdelijk karakter. Er is een hele discussie mogelijk over wat “tijdelijk” precies betekent. Men heeft het tijdens het stadsgesprek XL vooral over projecten van maximaal een paar jaar, over pop-up stores, en over de mogelijkheid van pop-up hotels. Deze zouden bijvoorbeeld als demonteerbare elementen tijdelijk in leegstaande gebouwen kunnen worden gemonteerd.

Dit vraagt echter om een veel flexibelere en snellere overheid, in verband met vergunningen et cetera. Zo kwam het voorbeeld van het plan voor een zeven verdiepingen tellend camping-hotel op een stukje grond van de Zuidas voorbij. Dat was maar één voorbeeld dat bewoners en ondernemers veel creatiever zijn dan de overheid.

Een van de deelnemers bracht een interessant punt in. Hij had het gevoel dat er een “ideologische agenda” vanuit de gemeente is bij tijdelijk gebruik: “Een tijdelijke kebab-shop mag volgens mij niet, maar zodra het duurzaam heet of is, kan er van alles”. Volgens hem moet de gemeente de keus aan de initiatiefnemers laten. En verschillende deelnemers waren het eens dat het proces om tot een tijdelijke functie te komen ook van belang is. “Praten met elkaar over wat er met een stukje grond in de buurt moet gebeuren brengt bewoners en ondernemers in contact. En de gesprekken kunnen opeens ook over hele andere dingen gaan.”

 

Water

 

Of het nou kwam doordat Job Rook aanwezig was, die in de sector werkt het onderwerp “water” kwam meerdere keren ter sprake tijdens het Stadsgesprek XL.

Op het gebied van water zou er nog heel veel kunnen gebeuren, zo bleek uit de gesprekken. Er zou bijvoorbeeld meer (schoon) transport over de grachten moeten gebeuren. En zuiniger omgegaan worden met water: “Waarom spelen we WS’s nog steeds door met drinkwater en niet met regenwater?!”. En er zouden veel meer (drink)fonteinen in de stad moeten komen, zo bleek.

Maar ook bijvoorbeeld meer plekken waar je kunt zwemmen bij mooi weer: “Daar is heel veel behoefte aan in de stad. Ga maar eens naar Blijburg als het mooi weer is, dan ziet het zwart van de mensen”.

 

 

Vervolg

Dit waren maar een paar onderwerpen die langs kwamen in de gesprekken. Bij de borrel bleek dat het Stadsgesprek XL voor de meeste deelnemers eigenlijk pas een begin was. Dat was ook precies mijn bedoeling. Ik hoop dat deze ondernemende en inspirerende Amsterdammers elkaar zullen blijven vinden.

En de Stadsgesprekken gaan gewoon door tot maart 2014. Heb je interessante mensen, laat het mij weten!