Stadsgesprek #47 Maarten de Wolff en Gerben Mienis van Old School

Met het broedplaatsenbeleid zorgt de gemeente Amsterdam ervoor dat er betaalbare plekken zijn voor kunstenaars en creatieve ondernemers. Met hulp Bureau Broedplaatsen, hun kennis en gemeentelijke subsidie, zijn al tientallen plekken ontwikkeld. Met de opening van Old School aan de Gaasterlandstraat, tussen de RAI en het De Mirandabad, heeft stadsdeel Zuid haar eerste broedplaats.

 

“Gebruik de winst van een tijdelijke invulling om een volgende broedplaats te financieren”

 

Ik sprak met twee van de drie initiatiefnemers: Maarten de Wolff en Gerben Mienis. Maarten heeft de nodige ervaring met broedplaatsen vanuit zijn eerdere werk bij Beehive. Deze club ontwikkelde en runde onder meer Vliegbasis de Huygens en andere plekken in Nieuw-West. Gerben is architect (hij houdt ook kantoor in Old School) en hield zich bezig met de ontwikkeling van de exploitatie en de verbouwing van school tot een gebouw met een podium in de oude kantine, werkplekken in de klaslokalen en een restaurant. Waldy Brewster is de derde man achter Old School en verantwoordelijk voor het restaurant en de bar.

 

Gevarieerde invulling

De oude school herbergt inmiddels een restaurant, architectenbureau Inbo zit er met medewerkers, er zijn kleine kantoortjes, werkplekken voor zzp-ers en een zaal met podium en bar. En dan is er ook nog een deel verhuurt aan een kinderopvang. Dit zie je vaak bij dit soort plekken die tijdelijk worden gebruikt. Midwest aan de Cabralstraat in West, toevallig of niet ook een oude school, kent bijvoorbeeld ook zo’n invulling.

De mensen weten Old School inmiddels te vinden en niet alleen voor een hapje eten.“Voor de kantoortjes hebben we eigenlijk direct al een wachtlijst, de zzp-plekken liepen eerst wat minder, maar daar is nu ook een wachtlijst”,zo schetst Gerben het succes. Maarten: “We merken dat er een enorme behoefte is aan dit soort plekken voor zzp-ers en kleine bedrijven. Deze heb je in alle soorten en maten en voor alle budgetten. Een bedrijf als Regus kenden we al, maar je ziet nu ook iets als Deskowitz en plekken zoals de onze. Er is een enorme variëteit ontstaan voor mensen die iets beters willen dan een tafeltje in de Coffee Company.”

“Daarnaast merken we dat er ontzettend veel initiatieven zijn die zelf te klein zijn om een plek te creëren en hier prima terecht kunnen om te vergaderen, iets te organiseren en elkaar te ontmoeten. Voor hen vervult Old School ook een belangrijke functie”, vertelt Gerben. Voor de programmering van het podium is iemand aangetrokken. ”Je merkt dat we daar wel in deze fase aan moeten trekken. We willen niet hier de zoveelste club-avonden met muziek gaan houden. De programmering zal zich daarom onder andere richten op het laten landen van initiatieven uit de culturele, creatieve sector waarbij we het ondernemerschap stimuleren en ondersteunen. Ondernemerschap is een van de drie pijlers die we hebben opgenomen in onze statuten, naast duurzaamheid en creativiteit. We bieden ruimte aan het experiment dat na een opstartfase rendabel moet kunnen worden.”

 

Worstelen met tijdelijkheid

De mannen achter Old School hebben de komende vijf jaar hun plek achter het stadsdeelkantoor en naast de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente. In die tijd huren ze van de gemeente, maar leveren eigenlijk ook een dienst aan de gemeente. Gerben: “Onze invulling verlost de gemeente van een leegstaand pand en we zorgen voor levendigheid in dit deel van de Zuidas. Dat doen we dus eigenlijk voor de gemeente. En zij organiseren hier ook bijeenkomsten.“

Maarten de Wolff ziet een dubbel gevoel bij de gemeente over de tijdelijke invulling van leegstaande panden in bezit van de gemeente. “De gemeente wedt eigenlijk op twee paarden. Ze wil de lasten dekken, zoals onderhoud, gas, water, licht en tegelijkertijd zorgen voor levendigheid in het gebouw en de omgeving. Idealiter gaat dat samen, maar het kan ook zijn dat het creëren van die levendigheid betekent dat de opbrengsten niet genoeg zijn om de lasten te dekken. Daarbij is er ook een vrees voor het Blijburg-effect: een succesvolle tijdelijke invulling die dan wil blijven.”

 

Nieuwe manier van werken binnen oude kaders

Het Broedplaatsenbeleid van de gemeente heeft de afgelopen jaren tientallen plekken opgeleverd waar betaalbare atelierruimte is. Vaak gecombineerd met een functie als galerie, iets van horeca of anderszins. In het begin draaide het beleid vooral om subsidies, maar tegenwoordig is Bureau Broedplaatsen ook en vooral een plek van kennis en netwerk voor initiatiefnemers. Het beleid voor broedplaatsen, nauw verbonden met de Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (CAWA), is daarmee in de loop der jaren veranderd.

Maarten ziet de ontwikkeling van broedplaatsen en tijdelijke invulling als zijn werk.“Sommige plekken worden ontwikkeld door groepen voor hun eigen gebruik en zijn gebonden aan die plek. Maar er zijn ook meer ondernemers opgestaan, zoals Urban Resort ook (oa van het Volkskrantgebouw), die hun kennis inzetten voor meerdere panden. Zo zie ik het als een vak en wil ik ook meerdere plekken ontwikkelen, voor gebruik door anderen. Als het er eenmaal staat en draait, dan ga ik meer naar de achtergrond, meer adviserend en coachend.” Hij zou het vanuit dat onderscheid naar eigen gebruik en meer ondernemend goed vinden als dit terugkomt in het beleid. “Nu werken we eigenlijk op een nieuwe manier binnen oude kaders en dat knelt af en toe. Zo is winst maken niet toegestaan, maar zou die winst goed te gebruiken zijn voor tegenvallers of voor een nieuwe plek. Of het gebruiken van de opbrengsten van de horeca voor de exploitatie, dat mag nu ook niet.”

De winst van Old School, als die er is, gaat terug naar het terugbetalen van de verbouwingssubsidie. Maarten is daar niet tegen, maar heeft wel een nuancering erbij. “Het is erg lastig alle kosten terug te rekenen, vooral de uren van initiatiefnemers, zoals wij. Dus wanneer maak je echt winst? En ik zou het beter vinden als we die winst op een soort rekening kunnen zetten en bij ons volgende project weer mogen gebruiken. Op die manier stimuleer je ook ondernemerschap en kan een subsidie leiden tot meer investeringen. Door die  hefboomwerking kunnen meerdere plekken ontwikkeld worden op basis van een eenmalige subsidie en ontstaat een solide organisatie met een exploitatiemodel dat zich bewezen heeft.”

Zo kreeg Old School voor de verbouwing een eenmalige subsidie, maar de exploitatie moeten ze zelf draaiend en sluitend houden. De subsidie was expliciet ook alleen bedoeld en is gebruikt voor het podium in de oude kantine en de werkplekken. Dit om te voorkomen dat met gemeentelijk geld een restaurant goedkoop kan draaien.

 

Nieuwe plekken

Als het ontwikkelen van leegstaande gebouwen je business is, zoals bij Maarten de Wolff, dan heeft hij vast ook andere plekken op het oog? “Reken maar! Gerben rijdt verlekkerd op zijn fiets rond.” Meteen komt ook de plattegrond van de gemeente op tafel met een overzicht van alle leegstaande panden in Amsterdam met gegevens als oppervlakte, eigenaar en termijn van leegstand. Maarten: “Er is ook meer nodig dan alle kleinschalige initiatieven, het moet professioneler, anders krijg je echt niet die meer dan een miljoen vierkante meter leegstand die je op deze kaart ziet gevuld.”


Meer informatie  www.oldschoolamsterdam.nl