Verdringende creativiteit

Amsterdam heeft een enorme aantrekkingskracht op creatieve mensen en creatieve bedrijven. Inmiddels is de sector net zo groot als bijvoorbeeld de horeca, qua arbeidsplaatsen. Kennelijk voelen creatieven zich erg aangetrokken door ons werelddorp.

En in het stadsbeeld kom je de creatieven ook volop tegen. Bijvoorbeeld alle zzp-ers met hun openklapte laptops in een van de vele Coffee Companies en dergelijke, maar ook de creatieve bedrijven zie je steeds meer. Sterker: inmiddels zorgen alle creatieven voor een verdringingseffect ook op plekken die tot nu toe weinig populair waren: de bedrijventerreinen van de stad.
Op deze terreinen, zoals het Amstel Business Park bij het Amstelstation of het Hamerstraatterrein aan het IJ in Noord, zijn de bedrijfjes neergestreken die op de een of andere manier voor overlast zorgen in de woonwijken met geluid, stank of anderszins. Of het zijn bedrijven die de ruimte nodig hebben en op deze plekken is de ruimte nog betaalbaar. Die laatste overweging is voor onze creatieven veelal de reden zich op een bedrijventerrein te vestigen. Bovendien is er door de overheid werk van gemaakt om hier ruimte te creëren, bijvoorbeeld door bedrijfsverzamelgebouwen mogelijk te maken.

Tijdens een van mijn stadsverkenningen kwam ik op bedrijventerrein Schinkel terecht, waar deze ‘strijd om de ruimte’ tussen nieuwe economie en old-school kleinschalige industrie prachtig te zien is. Het bedrijventerrein is een mix van enkele beeldbepalende gebouwen, maar vooral de laagbouw die zo karakteristiek is voor dit soort plekken. De grond is immers goedkoop, dus de lucht ingaan is niet echt nodig. Een fietstochtje over het terrein biedt een blik in de creatieve industrie van Amsterdam. Grote bedrijven als reclamemakers TBWA en architecten Benthem Crouwel, maar vooral veel kleine bedrijven die samen een pand delen. Zo zijn de bedrijfsverzamelgebouwen De Generaal en de Factorij gevuld met reclamemakers, web-designers,0804BS Sam's Friday kledingontwerpers (zoals het nieuwe lingeriemerk Sam’s Friday van een oud-klasgenoot) en nog veel meer creativiteit.

En net toen ik dacht dat de Schinkel echt helemaal was overgenomen door de creatieven kwam ik in een straatje dat je eerder verwacht op zo’n terrein dan al die creatieven. Hier werd aan auto’s gesleuteld, was een mega-outlet van meubels, een schilderbedrijf en werd gehandeld in gok- en flipperkasten. Hier kunnen deze bedrijven hun gang gaan. Tenminste, totdat de Schinkel helemaal hip en happening is geworden, de prijzen stijgen en alleen gevestigde namen uit de creatieve sector zich die plaats nog kunnen veroorloven. Of totdat de creatievelingen gaan zeuren over de stank, het geluid of het verkeer van vrachtwagens op het terrein en ze gelijk krijgen van de overheid.

En zo is er zelfs op deze, toch wat achenebbisj, plek van Amsterdam sprake van strijd om de ruimte. En moet dus ook hier de overheid ingrijpen om te zorgen dat beide soorten bedrijvigheid in stand blijven. Want een glaszetter, autoreparateur of bakkerij heb je toch ook nodig in de stad, naast alle web-designers, architecten en dergelijke.

Overigens mag er aan het voorzieningenniveau op de Schinkel nog wel wat verbeterd worden. Of beter gezegd: aangepast aan al die nieuwe bedrijvigheid. Want een macchiato, latte, broodje mozzarella of bagel-creamcheese is er nog niet te krijgen. De horeca beperkt zich tot een ouderwets café en ik dacht er ook een koffiekeet te zien. En een roze gebouwtje met de rolluiken naar beneden zag er verdacht veel uit als een bordeel. Werk aan de winkel dus voor creatieve horeca-ondernemers!
De column Amsterdam Werelddorp verschijnt op internetmagazine De Leunstoel